Bernlef over de Nobelprijs en Tranströmer

10 november 2011
NOBELPRIJS voor de Zweedse dichter TOMAS TRANSTRÖMER


De tachtigjarige Zweedse dichter Tomas Tranströmer heeft wat mij betreft te lang moeten wachten op de Nobelprijs voor literatuur. Dat vind ik niet alleen, op het jaarlijkse Poetry International festival in Rotterdam sprak ik in het verleden over Tomas met Nobelprijs winnaars als Seamus Heany, Derek Walcott en Joseph Brodsky, die stuk voor stuk hun bewondering voor zijn werk uitspraken en hun verwondering uitten dat het Nobelcomité de belangrijkste Zweedse schrijver over het hoofd dreigde te zien.
Het werk van Tranströmer is in meer dan twintig talen vertaald. In het Engels zelfs door verschillende dichters, onder andere door Robert Bly, die ook beïnvloed werd door zijn werk. Daar kan ik mezelf ook niet van vrijpleiten. Toen ik zijn gedichten in 1979 leerde kennen kreeg ik een ‘schok der herkenning’. Maar wat hield die schok precies in? Het kwam mij voor alsof ik deze gedichten al kende al kon dat natuurlijk niet, dit merkwaardige déjà vu gevoel kwam voort uit het besef dat hier op grond van een uiterst precies observatievermogen zaken van vaak zeer uiteenlopende aard met elkaar werden verbonden, ongeveer zoals je twee chemische stoffen met elkaar in contact brengt zodat er een derde element ontstaat. Dat gaf die schok. Deze gedichten had ik moeten schrijven begreep ik, maar dat kon niet meer. Het enige dat ik kon doen was om ze te gaan vertalen. (Ik had in het verleden Zweeds gestudeerd). En zo begon vanaf 1979 een langdurige correspondentie over mijn problemen met zijn poëzie. Die vielen eigenlijk wel mee omdat Tranströmer vrijwel geen eindrijm gebruikt en verder ook afziet van andere lyrische vorm- en stijlmiddelen die het vertalen tot zo’n gecompliceerd werk kunnen maken. Zijn poëzie moet het vooral hebben van beelden, beelden die met slechts een gering verlies in een andere taal kunnen worden overgezet.
Tranströmer is nooit scheutig geweest met het becommentariëren van zijn werk. In een interview uit 1973 heeft hij er bij uitzondering iets over gezegd. Op de vraag hoe een gedicht zich bij hem aandiende, zei hij: ‘Het is vooral een soort ontsteking wanneer een sterke druk van buitenaf plotseling een sterke druk van binnenuit ontmoet. Dan springt er een vonk tussen twee polen over, en dan is er een gedicht op komst.’ Min of meer hetzelfde staat te lezen in het gedicht ‘Preludes I-III’:

Twee waarheden naderen elkaar. Een komt van binnen uit, een van buitenaf
En waar zij elkaar ontmoeten bestaat een kans jezelf te zien.

Een kwestie van persoonlijke waarheidsvinding middels een proces van heldere woordalchemie.
Tranströmers poezie is weinig lyrisch, gebruikt zelden metaforen en ook is de dichter spaarzaam met het gebruik van vergelijkingen, die hij dan nog meestal vooraf doet gaan door het woordje ‘als’. Zijn gedichten zijn geen naadloze artefacten maar lijken eerder op schuttingen waarvan de planken niet helemaal sluiten: wij willen naar binnen kijken, zien wat er zich achter verbergt:

Ik ga liggen om te slapen, ik zie onbekende beelden
en tekens zichzelf neerkrabbelen achter mijn oogleden
op de muur van het duister. Door de spleet tussen waken en dromen
probeert een grote brief zich vergeefs naar binnen te dringen.

Dat is (ook) een nauwkeurige beschrijving van de sensatie die het lezen van zijn gedichten geeft: er dient zich iets aan met de helderheid van een droom die zijn geheimzinnige dimensie verliest’, zo gauw hij door het bewustzijn in de herinnering wordt teruggebracht vervaagt zijn aanwezigheid; zo gauw je probeert een causale ordening in de aangeboden tekst aan te brengen stuit je op wat je een ‘helder raadsel’ zou kunnen noemen.
Dromen, schemertoestanden tussen waken en slapen nemen in het werk van Tranströmer een grote plaats in. Hij lijkt in zijn gedichten de scherpe scheiding die wij normaal tussen bewustzijn en onderbewustzijn, tussen dag – en nachtleven, aanbrengen, te willen slechten. Misschien heeft dat ook te maken met zijn vroegere werk als psycholoog in gevangenissen voor jeugdige delinquenten.
Tranströmer beschrijft in zijn gedichten niet alleen het grensgebied tussen waken en dromen, maar ook dat tussen de wereld van de levenden en van de doden. Een van zijn latere bundels heet niet voor niets ‘ Voor levenden en doden’. Tranströmer is geen religieus dichter persé al spelen religieuze motieven in zijn werk een rol. Het idee dat een gedicht behalve veel anders ook de plaats is waar doden en levenden aan elkaar raken. Die plek noemde hij ooit ‘Het wilde plein’.
In het begin verbond ik zijn werkwijze, zoals hierboven globaal beschreven, met invloeden van het surrealisme dat in de jaren veertig van de twintigste eeuw in Zweden een belangrijke rol in de poëzie speelde. Later kwam ik er achter dat zijn werkwijze eerder verwijst naar de Japanse haiku techniek.
Tomas heeft zijn hele leven van tijd tot tijd haiku’s geschreven, een korte Japanse dichtvorm bestaande uit drie regels van steeds vijf, zeven en weer vijf lettergrepen. Deze haiku’s ontlenen hun kracht aan het koppelen van twee ver uit elkaar liggende beelden uit de werkelijkheid.
Tranströmers poëzie heeft een hoog werkelijkheidsgehalte zonder in realisme te vervallen. In November 1990 werd de dichter getroffen door een ernstige hersenbloeding die hem sprakeloos achter liet. Bizar genoeg beschreef hij dit lot dat hem zelf zou treffen in het uit 1974 daterende lange gedicht ‘Oostzeeën’ waarin hij de Russische componist Vissarion Shebalin opvoert die op zevenenvijftigjarige leeftijd een zelfde soort hersenbloeding kreeg.

Hij schreef muziek op teksten die hij niet langer begreep –
op dezelfde manier drukken wij iets met onze levens uit
in het neuriënde koor van versprekingen.

Sindsdien schrijft Tranströmer niet meer, maar wel speelt hij met overgave pianostukken voor de linkerhand. Hij is een uitstekend pianist en componisten van over de hele wereld schrijven stukken voor hem.

In 1993 verschenen de eerder door hem geschreven herinneringen aan zijn jeugd onder de prachtige titel De herinneringen zien mij. Dat is tevens de titel waaronder in 2002 alle door mij vertaalde gedichten en memoires bij uitgeverij de Bezige Bij verschenen. Een herdruk van deze bundel is inmiddels verschenen.


- Bernlef


Lees vier door Bernlef vertaalde gedichten van Tomas Tranströmer bij Raster.