Bernlef dicht over zijn bezoek aan Beijing

Bernlef was een van de schrijvers die in september de boekenbeurs in Beijing bezocht. Het volgende gedicht doet verslag van zijn reis.

BRIEF UIT HOTEL KEMPINSKI

Beijing, 1-4.9.2011


Stellen jullie het je voor: een stad
met evenveel inwoners als Nederland
(de illegalen niet meegerekend)
even groot als de provincie Utrecht
en ik daartussen in deze wemeling.

Ik was hier, zei men, ter verdediging van mensenrechten
maar de smog buiten het raam sloot mij
in een grauwsluier van mijn medemensen af
het individu dat ik was spoelde weg onder de douche.

Eerlijk is eerlijk: ik wilde naar huis, verder werken
aan mijn hoogst persoonlijke vrijheid van meningsuiting.
Verloren dwaalde ik door glanzende marmeren gangen
zag een jonge Chinees die Perzische tapijten verkocht
liep door de hoteltuin tot in een Beierse Biergarten
afgeladen met lachende Chinezen die frankfurters met zuurkool aten
uit de boxen golfden harmonica polka’s.

Aan twee kanten vierbaanswegen dwars door deze onleesbare stad.
Nee, niet helemaal. Aan gevels van kantoorgebouwen
gloeiden de namen van multinationals
op hun daken verfraaid met sierpagodes.
De taxichauffeur zette mij af bij de Verboden Stad.
Een soldaat of was het een agent, wees op een bord:Exit
Een jongen op een elektrische brommer zag mijn verwarring.
Spring maar achterop gebaarde hij en dat deed ik
mijn ene hand rond zijn slanke taille.

Als ik afstap draai ik mij om:
Mao staat in de steigers, het Tienananmen-plein een exercitieterrein
omsloten door de meedogenloze gebouwen van de macht.

Ik houd een taxi aan, laat hem het papiertje zien
met daarop de naam van mijn hotel in Chinese tekens.
Hij haalt een loep uit zijn dashboardkastje, daarna een bril
staart op het briefje en schudt zijn hoofd. Een gids biedt uitkomst.
We rijden. Ik kijk opzij, naar het gerimpelde gezicht van een analfabeet.
Voor het eerst voel ik mij met iemand verwant.

Terug op mijn kamer lees in de China Daily.
Duizenden ambtenaren zullen van deur tot deur gaan
om alle klachten van de bevolking te inventariseren.
Ik houd op met tellen. Alleen op de wereld ben ik
net als iedere Chinees die niet meetelt
alleen maar geteld wordt.